| HYMNEN van Aswoensdag tot de Lijdensweek | |
| morgengebed.
|
avondgebed.
|
| Laten
wij tot de Rechter gaan en smekend voor zijn zetel staan, Hem bidden met het hart terstond en het betuigen met de mond:
|
0
goedertieren Schepper, hoor naar ons gebed en hulpgeroep, dat opstijgt veertig dagen lang in deze heilige Vastentijd.
|
| Wij
zondigden, ja wij, o Heer, tegen uw goedheid telkens weer, zie op ons in barmhartigheid, o God, die vol ontferming zijt.
|
Gij,
die de harten mild doorschouwt en kent de zwakheid onzer kracht, vergeef genadig onze schuld, nu wij tot U zijn weergekeerd.
|
| Gedenk
dat wij de uwen zijn, uw schepselen, hoezeer onrein, geef, bidden wij, uw naam, uw eer niet aan een ander prijs, o Heer.
|
Verhoor
ons, nooit volprezen God, drievoudig, één en onverdeeld: geef, dat ons rijk aan vruchten wordt de vasten, die Gij ons verleent.
|
| Was
af ons kwaad en onze schuld, maak ons van 't goede meer vervuld, opdat het hart dat naar U vraagt, U nu en altijd meer behaagt.
|
|
| Getrouwe
Vader, zie ons aan, wees, Zoon van God, met ons begaan, vertroost ons, Geest, in deze tijd, Gij die regeert in eeuwigheid. |
|