| Roep een plechtige samenkomst bijeen |
|
Vasten is het gebruik dat we een tijdlang afzien van voedsel of drank om ons te richten op geestelijke groei. Door ons deze fysieke genoegens te ontzeggen – die op zich niet slecht zijn – gaan we meer openstaan voor de geestelijke zegeningen die God ons wil geven. En door de Heer op deze intensere manier te zoeken, wordt het ook gemakkelijker voor ons om zijn stem te horen als het gaat om belangrijke beslissingen. We kunnen zelfs tot de ontdekking komen dat we door het vasten een grotere vrijheid ervaren om de Heer om een wonder te vragen! De kern van het vasten De Bijbel spoort aan om te vasten en wijst bij een aantal gelegenheden op de enorme waarde ervan. Mozes, Elia, Johannes de Doper en Paulus hebben allemaal gevast. En ook Jezus zelf vastte veertig dagen voordat Hij aan zijn openbare optreden begon. In het voetspoor van al deze Bijbelse helden heeft de Kerk het vasten aangemerkt als onderdeel van haar normale leven. Samen met andere voorschriften zoals de wekelijkse deelname aan de Eucharistie, het belijden van zonden en het vieren van de verplichte feestdagen heeft de Kerk bepaalde dagen en tijden vastgesteld waarop we moeten afzien van bepaald voedsel of van alle voedsel (Katechismus van de Katholieke Kerk, 2043). Door het vasten op te nemen in deze reeks belangrijke voorschriften zegt de Kerk ons hoe waardevol deze discipline kan zijn. Natuurlijk moet de nadruk in de vorige zin liggen op het woordje kan. Vasten houdt veel meer in dan gewoon een tijdje geen voedsel gebruiken. Vasten is een prachtige combinatie van het geestelijke en het lichamelijke. Het gaat niet alleen om een gevoel van honger. Het gaat erom dat we door onze lichamelijke honger bewust gemaakt worden van onze geestelijke honger, dat we onszelf vrijmaken om ons tot de Heer te kunnen wenden en Hem te vragen ons zijn geestelijk voedsel te geven. Het gaat erom dat we onszelf leegmaken opdat Jezus ons kan vullen. In zijn parabel over de Farizeeër en de tollenaar maakt Jezus duidelijk dat vasten – ook al doe je het tweemaal per week – niet veel waarde heeft als je het doet met een hoogmoedig hart (Lucas 18,12). Hij zei ook dat we ervoor moeten oppassen dat we niet de aandacht op onszelf gaan vestigen door het trekken van een somber gezicht: “Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen” (Matteüs 6,16+17-18). Het is duidelijk: vasten met de verkeerde instelling brengt ons niet dichter bij God en zal ons er ook niet toe bewegen anderen intenser lief te hebben. Wat is dan de juiste instelling? Dat we Jezus vertellen dat we onze aandacht van onszelf af en naar Hem toe willen richten. Dat we Jezus vertellen: “Ik wil iets ongewoons doen wat me helpt om me op U te richten.” Dat we Hem vertellen dat we de baas willen zijn over onze begeerten zodat zij ons niet beheersen. “Werelds” vasten Ook al noemen we het misschien niet zo, veel mensen vasten al, maar op een wereldse manier. Denk maar aan mensen die zo opgaan in hun werk dat ze maaltijden overslaan en tot laat in de avond werken. Misschien heeft een project op ons werk zo’n dringend karakter gekregen dat we ons er helemaal op storten. Het is alsof de profeet Joël had gezegd: “Blaas de bazuin! Kondig een vasten af! Het werk eist ons helemaal op.” Dit voorbeeld laat ons zien dat we allemaal bereid zijn te “vasten”, van voedsel, slaap en misschien zelfs van tijd voor ons gezin, als het om iets belangrijks gaat. Dit is dus de vraag die we onszelf allemaal dienen te stellen in deze Veertigdagentijd: “Is God een vasten waard? Is Hij dit soort offer waardig?” We begrijpen dat er tijden zijn waarop andere eisen, zoals die van het werk of van het ouderschap, zo’n offer vragen. Kunnen we ons een situatie voorstellen waarin onze relatie met de Heer ook om zo’n offer zou vragen? De zegeningen van vasten De Schrift vertelt hoe Noach en zijn familie hun toevlucht namen tot de ark toen het veertig dagen en veertig nachten regende. Toen de wateren van de vloed zich terugtrokken en Noach een stukje droge grond ontdekte, sloot God een verbond met hem en zijn familie. Op een vergelijkbare manier werd Mozes, toen hij de Israëlieten de woestijn in leidde, naar de berg Sinaï gebracht. Terwijl het volk aan de voet van de berg kampeerde, klom Mozes de berg op, waar hij veertig dagen bad en vastte. Aan het einde van het vasten verscheen God aan hem en sloot een verbond met Mozes en heel Israël. Eeuwen later bracht de profeet Elia veertig dagen in de woestijn door en aan het eind sprak God tegen hem en gaf hem aanwijzingen die hem zouden helpen om Gods herstelwerkzaamheden voort te zetten. Uit menselijk oogpunt is de woestijn een gevaarlijke plaats: de hitte overdag, de kou ’s nachts, de dodelijke insecten en wilde dieren, de schaarste aan voedsel en water. Maar uit het oogpunt van God is de woestijn een plaats waar de Heer voor zijn volk een plaats bereidt van vasten en eenzaamheid. De woestijn biedt ons een gouden gelegenheid om alle andere activiteiten en afleidingen opzij te zetten zodat we God duidelijker kunnen horen en zijn genade vollediger kunnen ontvangen. Zoals reeds gezegd bracht Jezus, voordat Hij aan zijn openbare leven begon, veertig dagen in de woestijn door met vasten en gebed. Hij gebruikte die tijd van gebed om zichzelf voor te bereiden op het onderwijzen en genezen van mensen, en het belangrijkste: om een nieuw verbond te vestigen door zijn dood aan het kruis. De oproep om tijdens deze veertig dagen te vasten en te bidden moeten we niet beschouwen als een (vervelende) opgave, maar als het begin van een avontuur. Als we het doen met de juiste instelling dan kan het vasten helpen om ons voor te bereiden op de werkzaamheden die God voor ons heeft – werkzaamheden die genezing en herstel brengen, werkzaamheden waarmee we werkelijk bouwen aan zijn koninkrijk op aarde! Vasten doet nog iets voor ons: het kan de weg bereiden voor een grotere uitstorting van de heilige Geest in ons leven. Vasten kan ons openen voor nieuwe inzichten uit de hemel, inzichten over Gods perspectief, inzichten over belangrijke besluiten die we moeten nemen, en inzichten over de uiteindelijke reden waarom God ons überhaupt heeft geschapen. Op weg Laten we daarom bij het begin van deze Veertigdagentijd een goede start maken. Laten we onze zonden belijden en met God in het reine komen. Hij is een barmhartige Vader die ons nooit zal afwijzen. Laten we elke dag een bepaalde tijd nemen om te bidden. Hoe kunnen we de Heer vinden als we niet naar Hem op zoek gaan? Hoe zullen we enige vrucht oogsten van de honger die we ervaren, als we ons door die honger niet tot de Heer laten brengen? Bovenal: laten we bedenken dat vasten een geestelijke discipline is die gebaseerd is op ons alledaagse, fysieke leven. Als het niet gepaard gaat met een biddend zoeken naar God, zal het weinig voor ons betekenen. Als we gaan vasten vanuit de motivatie dat we de Heer willen zoeken en Hem de eer willen geven, dan gebeuren er heerlijke dingen. Niet alleen zullen onze vragen op onverwachte manieren beantwoord worden, maar we zullen ook ontdekken dat de Heer in werkelijkheid ons eer bewijst wanneer we Hem zoeken. We zullen ontdekken dat Hij onze tijd met Hem op een heel bijzondere manier zegent. We zullen merken dat God in ons leven de belofte vervult die Hij duizenden jaren geleden heeft gesproken door zijn profeet Joël: “Dan eet u weer volop, tot u er genoeg van hebt en de naam prijst van de HEER uw God, die wonderen voor u verricht heeft … Nooit zal mijn volk meer beschaamd worden. Dan zult u erkennen dat Ik te midden van Israël ben, dat Ik, de HEER uw God ben, en niemand anders. Nooit zal mijn volk meer beschaamd worden.” (Joël 2,26-27)
|
|