| Open onze ogen Heer! |
|
Dit was Jezus’ laatste opdracht voordat Hij naar de hemel ging. Op allerlei manieren is het een samenvatting van zijn hele bediening – evenals van onze roeping. Vanaf het begin van de tijd was het altijd Gods wil dat de hele wereld tot Jezus zou komen en Hem als Heer zou erkennen. En dus heeft Hij ons voor zijn heengaan zijn zending toevertrouwd. Nu is het aan ons om Jezus’ werk van prediking en dienst voort te zetten opdat steeds meer mensen Hem en zijn liefde leren kennen. Wanneer we kijken hoe de eerste christenen Jezus’ oproep hebben opgevat, zien we dat vasten een belangrijke plaats innam. In dit artikel gaan we daarom na hoe we nieuwe energie en doelgerichtheid kunnen opdoen voor onze zending wanneer we de gewoonte van het vasten beoefenen. Een nederig begin Vanaf het begin zijn de eerste leerlingen erop uit geweest de opdracht van de Heer in praktijk te brengen. Maar door allerlei omstandigheden was hun zendingsveld beperkt tot de steden in de omgeving van Jeruzalem en Galilea. Vreemd genoeg was er een fase van vervolging nodig om het evangelie te verplaatsen naar de grote, niet-Joodse wereld. St. Lucas vertelt dat er bij de dood van Stefanus, de eerste martelaar, een “hevige vervolging” uitbrak tegen de kerk in Jeruzalem waardoor veel gelovigen de stad ontvluchtten (Handelingen 8,1). Het is een bijzondere samenloop van omstandigheden dat juist deze vervolging een evangelisatiebeweging op gang bracht waardoor het goede nieuws verbreid werd naar Samaria, Judea en nog verder weg gelegen streken. Nog meer bijzonder is het dat het niet de twaalf apostelen waren die voorop gingen in deze nieuwe expansie – ook al had Jezus hun die opdracht gegeven – maar andere mensen, grotendeels onbekenden voor ons. Zij gingen het evangelie verspreiden in de steden waar ze naar toe vluchtten. Deze niet met name genoemde gelovigen waren waarschijnlijk gewone mensen zoals wij, hele gewone mannen en vrouwen zonder veel opleiding in theologie of evangelisatie. Maar hoewel het hun waarschijnlijk ontbrak aan “professionele” geloofsbrieven, bezaten ze alles wat nodig is om te evangeliseren: ze hielden van Jezus. Want overal waar liefde voor Jezus aanwezig is, bestaat het verlangen andere mensen over Hem te vertellen. En overal waar deze liefde en dit verlangen bestaan, is ook de heilige Geest aanwezig die zijn zegen geeft en deuren opent voor het evangelie. De Kerk behoort toe aan Jezus, en Hij zal ervoor zorgen dat zijn woord uitgaat. Hij zal zelfs – net zoals Hij de vervolging van de eerste Kerk gebruikte – gebruik maken van de moeilijkheden van het leven om ons ertoe te brengen het evangelie door te geven. Jezus wil dat ieder van ons zijn best doet zijn levenswoorden aan te bieden aan een wereld die sterft aan de zonde. Hij stelt ons dezelfde vraag die Hij de profeet Jesaja stelde: “Wie zal Ik zenden, wie zal in onze naam gaan?” En Hij ziet graag dat ieder van ons het antwoord van Jesaja herhaalt: “Hier ben ik, zend mij” (Jesaja 6,8). Begerig naar Gods leiding Wat heeft dit verhaal over uitbreiding en evangelisatie in de vroege Kerk nu met vasten te maken? Naar het schijnt hebben de vroege apostelen zelf gevast – en met name wanneer zij de leiding van de Heer zochten bij de verbreiding van het evangelie. Op die manier zagen de leiders van de kerk in Antiochië in dat God Paulus en Barnabas riep om te beginnen aan een weloverwogen, intensieve missiereis door heel Klein-Azië (Handelingen 13,1-4). Hoe anders dan de manier waarop mensen vandaag meestal hun beslissingen nemen! Gewoonlijk gebruiken wij ons verstand en logica, in het bijzonder wanneer we voor een belangrijke keuze staan. Het lijkt ons verstandig om de weg die we te gaan hebben te laten bepalen door de feitelijke situatie. Maar hier in Antiochië kozen de apostelen ervoor om te vasten om Gods plannen voor hen te kunnen ontdekken. Hiermee brachten ze de woorden van de psalmist in de praktijk die bad: “Ja, mijn rots en vesting bent U. Omwille van uw naam, leid mij en geef mij rust” (Psalm 31,4). Deze mannen namen deze beslissing ook niet zomaar. Ze kwamen tot de Heer met specifieke vragen en zorgen terwijl zij vastten en baden: “Jezus heeft ons opgedragen alle volken tot zijn leerlingen te maken, maar hoe moeten we dit doen? Waar moeten we naartoe gaan? Wie moeten we sturen? Hoe betalen we het? Moeten we de leiders in Jeruzalem raadplegen? Wat hopen we te bereiken?” Deden de oudsten in Antiochië niets anders dan bidden in de hoop dat God hun zou antwoorden? Helemaal niet. Ze dachten ongetwijfeld diep na over de vragen en bedachten creatieve, praktische antwoorden. Waarschijnlijk waren ze het zelfs op sommige punten niet met elkaar eens. Maar ze wisten ook dat verstand, argumenten en discussie niet genoeg waren. Ze wisten dat ze ook leiding van de Geest nodig hadden. En daarom vastten en baden ze. Terwijl zij vastten voelden ze dat God hen opriep Paulus en Barnabas af te zonderen voor deze missie. Dus legden ze deze twee de handen op en stuurden hen op weg (Handelingen 13,3-4). Dit was waarschijnlijk het eerste wereldwijde plan van de vroege Kerk – en het begin van Paulus’ loopbaan als “bouwmeester”. Zijn missiewerk – een project dat bijna twintig jaar omvatte en waarbij in het hele Middellandse Zeegebied kerken werden gesticht – begon met deze krachtige combinatie van biddend vasten en weloverwogen discussies. Wat een belangrijk gegeven ook voor ons! Afzonderlijk en als gezin staan we allemaal voor belangrijke beslissingen: “Waar moet ik werken? Met wie moet ik trouwen? Waar gaan we wonen? Wat hopen we te doen met onze kinderen?” In onze parochies vragen we ons af: “Hoe moeten onze vieringen eruitzien? Hoe dragen we zorg voor onze parochianen? Wat te doen voor de armen? Welk vormingsaanbod gaan we opzetten? Hoe richten we onze catechese in?” Maar voor welke beslissingen we ook staan, één vraag moet altijd centraal staan: “Wat wil God?” En de beste manier om die vraag te beantwoorden is door het voorbeeld van de eerste apostelen te volgen: vergeet niet om te bidden en te vasten! Vasten kan de geschiedenis veranderen Antiochië is niet de enige plaats waar we zien hoe vasten en gebed samengingen met het ontvangen van leiding van de Heer. 2 Kronieken bevat het verhaal van koning Josafat, die in Jeruzalem regeerde halverwege de negende eeuw voor Chr. Tijdens Josafats regering stuurden de Moabieten en de Ammonieten een enorm leger om oorlog te voeren tegen Jeruzalem. Bang bij het vooruitzicht van de oorlog riep Josafat in zijn hele koninkrijk een vasten uit. Hij riep ook de leiders bijeen in de tempel waar zij samen baden om Gods hulp. Als antwoord riep de profeet Jachaziël de Joden op: “Vrees niet en wees niet bang voor die grote menigte, want het is niet uw oorlog, maar Gods oorlog. . . . stel u maar ter plaatse op en u zult zien, hoe de HEER u, Juda en Jeruzalem, de overwinning geeft” (2 Kronieken 20,15+17). De volgende dag verzamelden de soldaten van Jeruzalem zich op het slagveld. Maar in plaats van zwaarden en speren op te heffen, verhieven zij in aanbidding hun stem: “Loof de HEER, want eeuwig duurt zijn barmhartigheid” (2 Kronieken 20,21). De schrijver van Kronieken vertelt dat God daarop de vijanden van Jeruzalem in verwarring bracht zodat ze elkaar aanvielen. Wat een ramp voor de Joden leek, veranderde in een verrassende overwinning, alleen dankzij gebed en vasten! Op soortgelijke wijze riep koning George II van Engeland in februari 1756 het volk op tot een dag van plechtig gebed en vasten om het hoofd te bieden aan een dreigende inval van het Franse leger. John Wesley, de stichter van het Methodisme schreef: “De vastendag was een heerlijke dag, zoals London … niet vaak heeft gezien. Elke kerk in de stad was overvol en elk gezicht straalde plechtige ernst uit. Ongetwijfeld hoort God naar onze gebeden en er zal een verlenging van onze rust plaatsvinden.” Later voegde hij er in een voetnoot aan toe: “Nederigheid veranderde in nationale vreugde want de dreigende inval van de Fransen werd afgewend.” Vasten en gebed brengen Gods macht in de wereld. De zendingsreis van Paulus en Barnabas kunnen we aanmerken als het begin van de Kerk die “alle volken tot leerlingen maakte”. Vanaf dat punt was de koers van het christendom uitgezet – en alles begon met gebed en vasten. De geschiedenis laat zien dat wat er in het verleden gebeurde, opnieuw kan gebeuren. Handelingen 29 Hebt u hoofdstuk 29 van het boek Handelingen wel eens gelezen? Waarschijnlijk niet, want Handelingen telt maar 28 hoofdstukken! Wij zijn Handelingen 29! Wij schrijven christelijke geschiedenis steeds wanneer we iets doen voor God. De afgelopen jaren hebben we in de Kerk een opleving gezien van traditionele vormen van gebed. Veel parochies ondersteunen nu eucharistische aanbidding. De heilige Vader heeft ons aangemoedigd de schatten van de lectio divina in het lezen van de Schrift opnieuw te ontdekken. De rozenkrans wordt weer populair. Ook zijn er nieuwe lekengroepen ontstaan, die zich inzetten voor geestelijke vernieuwing. Maar bij dit alles wachten we nog op een vergelijkbare opleving van het gebruik van het vasten. Wie weet, misschien is de tijd daarvoor nu gekomen. Laten we dus acht slaan op de oproep tot vasten in deze Veertigdagentijd. Laten we zijn als de leiders van de kerk in Antiochië en de heilige Geest vragen hoe ieder van ons Hem kan dienen en zijn getuige kan zijn. Laten we zijn als het volk onder Josafat en samen vasten terwijl we God vragen krachtig te werken in de wereld. Jezus heeft beloofd dat ons vragen, zoeken en kloppen niet onbeantwoord zullen blijven. Laten we deze Veertigdagentijd ook gebruiken om de Heer te vertellen dat we meer van Hem nodig hebben en minder van onszelf. Laten we Hem tonen dat we bereid zijn onszelf in deze veertig dagen te verloochenen opdat onze Kerk een nog groter getuigenis voor het evangelie kan worden. Mogen wij allen heldere, stralende sterren worden in deze wereld, die de heerlijkheid en majesteit verkondigen van Jezus, onze Redder!
|
|