Uw Vader zal u belonen

De deur naar de genade openen door vasten, bidden en geven

De H. Augustinus heeft eens gezegd dat vasten en liefdadigheid de twee vleugels zijn die we nodig hebben om ons gebed te laten opstijgen naar God. Zo’n beeld maakt duidelijk dat het ene feit – dat we ons dingen ontzeggen – en het andere feit – dat we liefdadigheid willen betrachten – absoluut bij elkaar horen en dat zij samen ons geestelijk leven een flinke duw kunnen geven. Doordat ze ons helpen de zelfzucht opzij te zetten maken ze het ons gemakkelijker ons op Jezus te richten en op de belangeloze liefde die Hij in ons gestalte wil geven.

De Veertigdagentijd wordt vaak gereduceerd tot een tijd waarin we “iets opgeven”, een tijd waarin we gebruiken volgen die we niet fijn vinden maar waarvan we het idee hebben dat ze goed voor ons zijn. Dat lijkt op een kind dat leert om zijn groente op te eten omdat het weet dat het goed voor hem is, maar hij vindt de smaak ervan niet lekker. Hoewel deze aanpak bij kinderen kan werken, is het niet de manier waarop God wil dat wij – als volwassenen – kijken naar het leven waartoe Hij ons roept. Hij wil dat we de Veertigdagentijd bezien als een tijd van vernieuwing, niet als een stel klusjes bij elkaar die we met tegenzin uitvoeren.

In de Engelstalige wereld onderstreept de term die voor de Veertigdagentijd gebruikt wordt – ´Lent´– in zichzelf al dit besef van vernieuwing en geestelijke groei. Het woord is afgeleid van het Oud-Engelse woord lencten, dat verwijst naar het lengen van de dagen in de lentetijd. De lentetijd is een cruciaal seizoen voor boeren waarin ze goed letten op hun gewassen en ze zorgvuldig nalopen, allemaal in de hoop op een overvloedige oogst. Op soortgelijke wijze is de Veertigdagentijd voor ons een tijd om extra aandacht te geven aan de zaden van geloof en gehoorzaamheid die God in ons gezaaid heeft, in de hoop dat we tegen Pasen de vrucht van zijn heilige Geest zullen oogsten.

Laten we er daarom een punt van maken om ons in deze Veertigdagentijd los te maken van onze alledaagse routine zodat we de heilige Geest kunnen vragen ons te leren hoe we verder en sneller kunnen vliegen.

Wanneer je vast ...

Aswoensdag is de eerste dag van een nieuw en hoopvol seizoen. Het is de tijd om onze geestelijke tuin goed te verzorgen, zodat we de rijkdom van Gods vernieuwende genade kunnen oogsten. Het is geen zware tijd. Het is een tijd van hoop en blijdschap omdat we uitzien naar wat God zal gaan doen in ons hart.

Toen Jezus ons leerde over vasten, bidden en liefdadigheid, gaf Hij ons drie specifieke aanwijzingen die we in acht moeten nemen. We lezen erover in Matteüs 6,1-18.

Het eerste wat opvalt in deze verzen is dat Jezus niet zegt: “Als je vast” of “Als je aalmoezen geeft” of “Als je bidt”. Nee, Hij zegt: wanneer je deze dingen doet. Het zijn geen vrijblijvende opties waar we al dan niet voor kunnen kiezen in ons geestelijk leven. Het zijn geboden van de Zoon van God. Het zijn essentiële gebruiken die ons helpen los te komen van onze egoďstische en genotzuchtige manier van denken.

Jezus leert ons om te vasten, te geven en te bidden. Dat doet Hij omdat Hij weet dat deze dingen ons helpen om onze bezittingen, onze genoegens en onze innerlijke waarde in het juiste perspectief te zetten. Hij weet dat zelfverloochening in combinatie met gebed en goedgeefsheid ons de ogen opent voor Gods liefde. Hij weet, uit eigen ervaring, hoe deze gebruiken ons zullen helpen om andere mensen lief te hebben en voor ze te zorgen.

Daarnaast leert Jezus ons om ons geven, ons bidden en ons vasten in het geheim te doen. Hij wil niet dat we er een show van maken waardoor mensen voor ons gaan applaudisseren of ons de hemel in prijzen. Hij houdt niet van de manier waarop sommige religieuze leiders in zijn dagen eer en bijval zochten van precies die mensen die zij dichter naar God toe zouden moeten brengen. Het is alsof ze de mensen dichter naar zichzelf toe trokken in plaats van naar de Heer! Het is veel beter, zegt Jezus, om te zwijgen over onze geestelijke gebruiken zodat we ons meer op God kunnen richten dan op het respect van andere mensen.

Hemelse en aardse beloningen

Het derde wat Jezus ons leert is het belangrijkste. Hij zegt namelijk dat als we in het geheim geven en bidden en vasten, onze hemelse Vader ons zal belonen (Matteüs 6,3-4+6+17-18).

Jezus doelt niet op materiële beloningen. We beoefenen deze vastenpraktijken niet in de hoop dat God ons met voorspoed zal overladen. Nee, Jezus spreekt zowel over de beloningen aan heerlijkheid die ons in de hemel te wachten staan als over de meer directe beloningen die we hier op aarde zullen oogsten.

De H. Paus Leo de Grote rekent tot deze directe beloningen onder meer een diepere relatie met God, grotere vrijheid van zonde en een nieuwe aandacht voor de behoeften van de armen in ons midden.

Paus Leo vertelt ook hoe onze vastengebruiken de harmonie in ons huis kunnen verhogen. Door ons vasten, bidden en geven kunnen we betere echtgenoten, betere ouders en betere kinderen worden. Deze gebruiken zorgen voor een grotere openheid voor Gods genade, waardoor we minder zelfzuchtig, goedgeefser en vriendelijker worden. Ze helpen ons van elkaar te houden op manieren die we gewoonweg niet voor mogelijk hielden. Ze leren ons oprecht berouw te hebben en ze helpen ons als we proberen gewonde relaties te verzoenen. Met andere woorden: als we de Heer tegemoet treden met vasten, met royale liefdadigheid en met gebed dan beloont God ons door ons stapje voor stapje te veranderen naar zijn beeld.

Als u Paus Leo’s woorden ter harte neemt door deze drie vastengebruiken te volgen dan mag u er zeker van zijn dat uw hemelse Vader uw pogingen zal belonen met een rijke oogst aan overvloedige genade. Dat is een belofte van Jezus.

Motivatie

De kwaliteit van ons vasten is van meer belang dan de hoeveelheid ervan. Zo is ook de intentie van onze liefdadigheid belangrijker dan de hoeveelheid geld die we weggeven. En de focus van ons gebed betekent meer dan de hoeveelheid tijd die we eraan besteden.

Om Paulus te parafraseren: we kunnen een miljoen euro weggeven, de komende veertig dagen niet eten en elke dag urenlang bidden, maar als onze liefde niet groeit of onze solidariteit met Gods volk niet dieper wordt, dan zitten we er toch naast (1 Korintiërs 13,3). Tegelijkertijd kan het weggeven van een klein bedrag – op een manier dat het wel echt als een offer voelt – een enorm effect hebben op onszelf en op de mensen aan wie we het geven. Het enige waar het in vasten, geven en bidden om draait, is dat we dichter naar God toe getrokken worden, zodat ons leven door zijn Geest omgevormd wordt tot een “steeds heerlijker” bestaan (2 Korintiërs 3,18).

In de kern van de zaak draait het niet om geld en bezittingen. Op zich worden we daardoor niet opgetild naar de hemel of in de diepte van de hel gestort. Waar het om draait is hoe ze ons leven kunnen beheersen. Het valt niet mee om rijk te zijn en ons er niet door te laten beďnvloeden in onze manier van denken of handelen. Het valt niet mee om onze waarde of zekerheid niet te zoeken in hoeveel we bezitten of hoeveel we verdienen. Dat is de reden waarom vasten, bidden en geven zo belangrijk zijn. Die laten ons zien hoe we datgene wat we bezitten – het maakt niet uit of dat veel of weinig is – in een breder, hemels perspectief kunnen plaatsen. Ze laten ons zien dat onze relaties met God en zijn volk veel belangrijker zijn dan onze status en onze bezittingen.

Methode

Als u dus elke dag van de Veertigdagentijd kunt vasten dan zult u gezegend worden. Als u alleen maar het vlees op vrijdag kunt laten staan dan zult u ook gezegend worden. Als u zakken met kleding en een aanzienlijk bedrag aan geld aan de armen kunt geven, ook dan zult u gezegend worden. En als u maar een beetje kunt geven, ook dan zult u ook gezegend worden. Wat er echt toe doet is dat u deze dingen doet uit nederigheid en liefde, dat u een offer brengt om Gods genade te ontvangen en te delen met de mensen om u heen.

Bedenk ook dat, hoewel je bij vasten het eerst aan voedsel denkt, het niet uitsluitend over eten en drinken hoeft te gaan. We kunnen ook vasten van televisie of het internet. We kunnen sarcasme, cynisme of negatieve en discriminerende taal uitbannen en proberen alleen maar opbeurende en bemoedigende woorden te spreken en proberen met iedereen in eensgezindheid te leven. We kunnen vasten van bezorgdheid om van alles en nog wat, en ons in vertrouwen richten op de Heer. Het gaat erom dat we vasten, niet hoe we vasten.

Roep een vasten uit

Roep dus deze Veertigdagentijd bij u thuis een vasten uit. Geef royaal aan mensen in nood. Maak tijd vrij om te bidden. Als u al een vaste gebedstijd hebt, probeer dan dagelijks een beetje meer tijd met de Heer door te brengen.

Wat u ook gaat doen, laat het u mogen helpen om dichter bij de Heer te komen. En houd dit in uw achterhoofd: uw hemelse Vader gaat u belonen met een golf van zegeningen – meer dan u zich in de verste verte kunt voorstellen. Moge God ons allen deze Veertigdagentijd zegenen met zijn genade!