terug naar hoofdpagina

Artikel 1:
Wat is de zin van het leven?

Jezus heeft de sleutel in handen

Artikel 2:
U bent de Messias, de Zoon van de levende God.

De eerste leerlingen laten ons zien wie Jezus werkelijk is

Artikel 3:
“Ga je binnenkamer in”
Hoe vinden we de liefde van God?

Artikel 4:  
Kom in het licht
een gewetensonderzoek voor de veertigdagentijd

Kom in het licht
een gewetensonderzoek voor de Veertigdagentijd

We houden er allemaal bepaalde filosofieën of een bepaalde instelling op na op grond waarvan we onze tijd indelen, beslissingen nemen en invulling geven aan onze contacten met anderen. Uw eigen basisinstelling ziet u waarschijnlijk weerspiegeld in de manier waarop u uw kinderen probeert op te voeden, uw geld uitgeeft en in de manier waarop u anderen behandelt. Onze basisinstelling ontstaat in de loop van de tijd onder invloed van onze persoonlijke ervaringen en hij wordt vaak beïnvloed – positief of negatief – door de wereld om ons heen. Misschien hebben we die basisinstelling nog nooit bewust onder woorden gebracht – dat zou goed kunnen – aangezien we hem gaandeweg gevormd hebben op onze weg door het leven.

In zijn brief aan de Filippenzen (4, 8) geeft St. Paulus een duidelijk geïnspireerde levensfilosofie. 

....houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, 
al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, 
beminnelijk en aantrekkelijk, 
op al wat deugd heet en lof verdient. 
En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd, 
en wat u van mij hebt gehoord en gezien. 
Dan zal de God van vrede met u zijn.

Hij spoort ons aan ons verstand en ons hart te vullen met alleen maar dingen die waar, heilig en zuiver zijn – dingen waardoor ons geloof wordt opgebouwd. Hij spoort ons aan ons te houden aan de wegen van God en alles los te laten wat zich tegen Hem verzet. Met andere woorden: Paulus roept ons op de geestelijke lessen die Jezus leerde op te pakken en in praktijk te brengen zodat onze basisinstelling afgestemd is op Jezus.

In deze Veertigdagentijd, bij de voorbereiding op het Sacrament van Verzoening, nodigt God u uit om over uw levensinstelling na te denken. Zijn er terreinen in uw leven waar u zich niet hebt gehouden aan de levenswijze van Jezus? Misschien in de manier waarop u uw familieleden of collega’s behandelt, of misschien wat betreft de hoeveelheid tijd die u vrijmaakt voor dagelijks gebed. Zijn er gebieden waar u zich in uw beslissingen meer laat leiden door een wereldse manier van denken dan door de oproep tot heiligheid?
Vraag de Heilige Geest aan de hand van deze passage uit Filippenzen 4 om leiding bij uw onderzoek. Vraag Hem u te laten zien hoe u meer op Jezus kunt gaan lijken. Wanneer u deze gebieden in het licht van Christus brengt zult u meer en meer Gods blijvende, volmaakte vrede gaan ervaren.

Al wat waar is . . . 

  • Ben ik ergens oneerlijk geweest tegenover de mensen die mij het meest nabij zijn?
  • Ben ik op een bepaald gebied niet eerlijk tegenover mezelf en de Heer?
  • Probeer ik een zonde voor de Heer te verbergen? Vermijd ik het om me bezig te houden met een bepaald terrein van mijn leven dat niet in orde is?

Al wat edel is . . .

  • Gebruik ik mijn gaven en talenten tot eer van God?
  • Weerspiegelen mijn levensdoelen de waarden van het evangelie of zijn ze meer gebaseerd op egocentrische, wereldse ambities?
  • Praat ik op een respectvolle en eerlijke wijze met andere mensen – en over hen? 

Al wat rechtvaardig is . .

  • Doe ik mijn best voor de armen en behoeftigen?
  • Behandel ik andere mensen fair, of heb ik me ingelaten met oneerlijke praktijken, op het werk of onder mijn vrienden? 
  • Heb ik me meer beziggehouden met de gebreken van de mensen in mijn omgeving dan met die van mezelf?

Al wat rein is . . . 

  • Heb ik mijn gedachten en mijn ogen bewaard voor wellust?
  • Heb ik onreine dingen gedaan, hetzij met iemand anders, of met mezelf?
  • Behandel ik mijn man of vrouw met eerbied en respect?

Al wat beminnelijk en aantrekkelijk is . . . 

  • Heb ik mijn getuigenis voor het evangelie op de een of andere manier bezoedeld, door mijn woorden of door mijn daden?
  • Ben ik bescheiden in mijn kleding en mijn voorkomen? Of ben ik overdreven in de weer met hoe ik eruitzie?
  • Koester ik wrok of grieven tegenover iemand? Moet ik iemand vergeven?